fbpx

Inleiding

Uit vragen blijkt dat het niet voor elke ondernemer duidelijk is wanneer de Belastingdienst/inspecteur een boete oplegt en hoe hoog de boete dan is. 
Dit is voor ons aanleiding geweest om een viertal boeten op hoofdlijnen te behandelen. 
We bespreken wat de maximale boete is, wanneer sprake is van een verzuim of een vergrijp en de hoogte van de boete die de inspecteur in de meeste gevallen oplegt. 
In deze bijdrage behandelen we de vergrijpboete bij aangiftebelastingen.

Algemeen

De regels voor het opleggen van een bestuurlijke boete zijn te vinden in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB).
In tegenstelling tot verzuimboetes, zijn voor vergrijpboetes geen wettelijke maxima bepaald. 
Daarnaast is het opleggen van een vergrijpboete alleen mogelijk als sprake is van opzet of grove schuld. 
In sommige gevallen is een vergrijpboete alleen mogelijk als sprake is van opzet.

Naheffing

In artikel 67f Awr is bepaald dat de Belastingdienst/inspecteur een bestuurlijke boete van 100% kan opleggen. 
Dit kan als door grove schuld of opzet van de belasting- of inhoudingsplichtige een belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de wet gestelde termijn is betaald.
De grondslag van de boete is het bedrag dat als gevolg van opzet of grove schuld niet of niet tijdig is betaald. 
In beginsel legt de Belastingdienst/inspecteur de boete gelijktijdig met de aanslag op. 
Het is mogelijk om binnen 6 maanden na het opleggen van de naheffingsaanslag een boete op te leggen. 
Dit kan alleen als de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslag mededeelt dat hij onderzoekt of, in verband met de naheffing, het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is.
Als het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat de belasting (gedeeltelijk) niet binnen de termijn is betaald, legt de Belastingdienst/inspecteur een vergrijpboete met een afzonderlijke beschikking op.
Voorbeelden van aangiftebelastingen zijn de aangifte omzetbelasting en loonheffingen.

Vergrijp

Zoals hierboven al vermeld kan de Belastingdienst/inspecteur alleen een vergrijpboete opleggen als sprake is van opzet of grove schuld.
Wanneer is sprake van opzet en wanneer is sprake van grove schuld van de belastingplichtige? 
In het kader van dit artikel is het niet mogelijk een uitputtende opsomming te geven van deze begrippen. 
We lichten deze begrippen op hoofdlijnen toe. De inspecteur moet de aanwezigheid van grove schuld of opzet bewijzen.

Grove schuld

Grove schuld duidt op een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. 
De belastingplichtige moet dermate lichtvaardig hebben gehandeld dat het aan zijn grove schuld is te wijten dat te weinig belasting is geheven.

Opzet

Bij opzet dient sprake te zijn van willens en wetens handelen of nalaten door de belastingplichtige, leidend tot het niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn betalen van belasting. 
Met willens en wetens handelen bedoelen we dat bij de belastingplichtige bewustheid aanwezig moet zijn ten aanzien van zijn gedraging.

Boetebedrag

Als sprake is van grove schuld bedraagt de boete in beginsel 25%. 
Bij opzet bedraagt deze boete in beginsel 50%. 
Er kunnen omstandigheden zijn om de boete te verhogen of te matigen. 
Als de Belastingdienst/inspecteur een vergrijpboete oplegt omdat de bijtelling in verband met het privégebruik auto (deels) ten onrechte niet heeft plaatsgevonden, is de boete bij grove schuld 40% en bij opzet 80%. 
Bij onjuiste of onvolledige rittenregistratie bedraagt de boete 100%.

Voorbeeld

Een ondernemer houdt een rittenregistratie bij, maar noteert een aantal privéritten als zakelijk en voorziet zakelijke ritten van extra kilometers om te sparen voor privéritten. 
Bij een onderzoek komt deze werkwijze naar voren. 
Door deze onjuiste rittenregistratie heeft ten onrechte geen bijtelling voor privégebruik plaatsgevonden.
De inspecteur zal een naheffingsaanslag opleggen met 100% boete.
Is de bijtelling te laag, omdat willens en wetens een te lage cataloguswaarde is gehanteerd, bedraagt de boete 50%.
Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners 30-04-2018